Werkvormen

ex excursie | gr groepsbespreking | hc hoorcollege | su studieuur | tr training | wc werkcollege

Coƶrdinerend docent Gerdie Borghuis (GB)
Onderdeel van de afsluiting van je studie is het maken van een beroepsproduct. Hiervoor baseer je je op een zelfstandig uitgevoerd onderzoek. In het afstudeeronderzoek wordt aandacht besteed aan de theorie, de relevantie voor het vakgebied, de gevolgde onderzoeksmethodiek, de resultaten van het onderzoek, een kritische reflectie en overdracht van de resultaten aan het werkveld in de vorm van een beroepsproduct. Je schenkt aandacht aan een beredenering van het beroepsproduct en de relevantie ervan, de werkwijze en de resultaten en een kritische evaluatie ervan. Belangrijk criterium bij het onderzoek is dat het handelen reflectief, empirisch, logisch, methodisch en systematisch, verifiƫrend, zorgvuldig, ethisch en transparant is.
In het proces heb je grotendeels zelf de regie. Je toont aan dat je voldoende niveau hebt om af te studeren en gekwalificeerd bent als beginnend erfgoedprofessional. De begeleiding is zowel op inhoud als op het proces van het afstuderen. Een afstudeergroep wordt begeleid door twee docenten. De individuele producten worden altijd beoordeeld door minimaal twee personen. Het afstudeeronderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: Onderzoeksontwerp en Beroepsproduct (met als bijlage het verslag van je onderzoek en een gesprek).

Ingangseis

Om te kunnen starten met het afstudeeronderzoek geldt de volgende ingangseis:
de propedeutische fase, de onderzoeksvakken Methoden van onderzoek, (K5-MOZ), Publieksonderzoek (K5-POZ) en Casusonderzoek (K5-COZ) moeten positief zijn afgerond.

Afstudeeronderzoek: Onderzoeksontwerp (AO-OWP)

In een themagroep met studenten en op basis van een presentatie aan een externe deskundige kies je voor een beroepsproduct dat relevant is voor het werkveld. Deze relevantie bestudeer en beargumenteer je op basis van zowel eigen als aangedragen literatuur. Het literatuuronderzoek leidt tot een verdieping binnen het gekozen afstudeerthema. Daarnaast is het een voorwaarde om te komen tot een goed individueel onderzoeksontwerp. Op basis van een relevant beroepsgerelateerd probleem, formuleer je welk beroepsproduct je wilt opleveren. Daarnaast formuleer je welk aanvullend onderzoek nodig is om tot dit beroepsproduct te kunnen komen. Dit alles beargumenteer je in je Onderzoeksontwerp. Daarin staan ook je hoofd- en deelvragen, geef je aan welke onderzoeksmethode geschikt is om de vragen te beantwoorden en maak je hiervoor een planning. Ten minste twee docenten beoordelen het onderzoeksontwerp.
Werkvormen gr + individueel | Contacturen variabel | Toets prestatie | Studiepunten 10

Afstudeeronderzoek: Beroepsproduct (AO-BRP)

Het onderzoek doe je om je hoofd- en deelvragen te beantwoorden. Uitgangspunt is dat je onderzoek leidt tot een goed beroepsproduct. Het resultaat van je onderzoek is een onderzoeksverslag met een inleiding, theoretisch kader (waarvoor het vooronderzoek de basis vormt), verslag van het praktijkonderzoek, analyse van je data en een conclusie. Dit onderzoeksverslag is een bijlage bij je Beroepsproduct.
Je rondt het afstuderen af met het daadwerkelijk maken van je beroepsproduct. Je onderzoeksresultaten en theoretische onderbouwing, je analyse en bevindingen vertaal je naar een vorm die publiceerbaar is, bijvoorbeeld een artikel, een documentaire, een website, een workshop of een brochure. Je deelt de opgedane kennis met het werkveld. In een eindgesprek met twee docenten en een externe deskundige gaat het over reflectie op je beroepsproduct, een verantwoording van de gemaakte keuzes tijdens je onderzoek en jouw visie op de het werkveld.
Werkvormen gr + individueel | Contacturen variabel | Toets prestatie | Studiepunten 20

Delen