Download hier de studiegids als pdf

Algemeen

Algemeen

Academie

In deze studiegids vind je de belangrijkste informatie over de inhoud, de opbouw en de organisatie van het onderwijs aan de bacheloropleiding Cultureel erfgoed aan de Reinwardt Academie in het studiejaar 2022-2023.

Aan de Reinwardt Academie, onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, worden erfgoedprofessionals opgeleid. Erfgoed vertelt wie we waren, bepaalt wie we zijn én nodigt uit om over onze toekomst na te denken. Erfgoed is geen eigenschap, het is een kwaliteit. Het toekennen van die kwaliteit gebeurt vaak onder urgente omstandigheden: iets verdwijnt, wordt aangetast of staat maatschappelijk of politiek onder druk. En dus staat de erfgoedprofessional voor de keuze: neem ik stelling of treed ik op als bemiddelaar? Stuur ik aan op consensus of hak ik een knoop door voordat er consensus is bereikt? Docenten aan de Reinwardt Academie begeleiden (toekomstige) erfgoedprofessionals bij de verwerving van de kennis en expertise die nodig is om ‘erfgoedwijs’ te worden. Erfgoedwijsheid is het vermogen je kritisch tot erfgoed te verhouden en het gesprek erover te voeren. Daarbij maakt het uit hoe, door wie, wanneer en in welke setting kennis wordt ingebracht en gedeeld.

Docenten

De bachelor Cultureel erfgoed wordt verzorgd door deskundige docenten die vaak zelf werkzaam zijn geweest in de erfgoedsector, of dat nog steeds zijn. Doordat ze met één been in de beroepspraktijk staan hebben ze een groot (internationaal) netwerk. Daardoor weten docenten hoe het er in de beroepspraktijk aan toegaat, kunnen ze contacten voor je leggen of je helpen aan een stage- of afstudeeradres. Daarnaast is het werkveld actief betrokken bij de opleiding, bijvoorbeeld als gastdocenten, gastsprekers of opdrachtgever bij studieprojecten.

Door het kleinschalige karakter van de opleiding zijn docenten nauw betrokken bij het leertraject van studenten. Het contact met docenten is laagdrempelig en we hechten veel waarde aan studieloopbaanbegeleiding.

Vertrouwenspersoon en decaan


Vertrouwenspersoon
Bij (seksuele) intimidatie, agressie, geweld, pesten of discriminatie kun je terecht bij een van de vertrouwenspersonen binnen of buiten de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Samen zal worden gezocht naar een oplossing. De vertrouwenspersoon zal nooit stappen ondernemen zonder die met jou te bespreken en je toestemming te vragen.

Decanaat
Soms verloopt je studie niet volgens plan. Zijn er omstandigheden die invloed (kunnen) hebben op je studievoortgang? Neem dan contact op met je studentendecaan. Een studentendecaan kan je ondersteunen, adviseren en informeren zodat de omstandigheden je studievoortgang zo min mogelijk belemmeren. Gesprekken zijn altijd vertrouwelijk. Er wordt samen gezocht naar een oplossing, indien nodig in overleg met de faculteitsdirectie of anderen binnen de AHK. De decaan kan ook een luisterend oor bieden of doorverwijzen naar instanties buiten de AHK.

Onderwerpen waarvoor je bij een decaan terechtkunt zijn o.a. studeren met een functiebeperking of chronische ziekte, persoonlijke omstandigheden (denk aan ziekte, psychische problematiek, familieomstandigheden, gendertransitie, relationele- en financiële problemen), studiestress (denk aan faalangst, timemanagement, concentratieproblemen en uitstelgedrag), BSA, studiefinanciering, (twijfel over) studiekeuze en doorstuderen, wet- en regelgeving en klachten, bezwaar en beroep.

Studeren met een functiebeperking
In het studentenstatuut van de AHK vind je in hoofdstuk 9, punt 2 informatie over je rechten ten aanzien van het gebruik van studentenvoorzieningen.

Afspraak maken met de decaan

Medezeggenschap

De opleidingscommissie bachelor (OC BA) en de academieraad (AR) spelen een rol bij de inrichting en organisatie van het onderwijs. De bachelor en de master hebben elk een eigen opleidingscommissie die bestaat uit studenten en medewerkers. Dat geldt ook voor de academieraad die zowel de bachelor als de master vertegenwoordigt.

De medezeggenschap is geregeld in hoofdstuk 5 van het Medezeggenschapsreglement van de AHK. Handleiding en reglementen die gelden voor de medezeggenschapsraden van de AHK vind je hier.

Opleidingscommissie
De OC BA is een medezeggenschapsorgaan dat de kwaliteit van de opleiding bewaakt en gevraagd en ongevraagd advies geeft aan directeur en studieleiding. Zij heeft instemmingsrecht op alles wat met de inhoud van de opleiding te maken heeft, bijvoorbeeld de Onderwijs- en Examen Regeling (OER) en de manier waarop het onderwijs wordt geëvalueerd. De adviezen hebben betrekking op de inhoud van de opleiding, toetsing of examinering, de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en andere onderwijsgerelateerde zaken. Verder houden zij zich onder andere bezig met onderwijsevaluaties en signaleren we mogelijke verbeterpunten binnen de opleiding.

In de OC BA hebben drie personeelsleden en drie studentleden zitting. Op dit moment bestaat de opleidingscommissie uit:

  • Fifine Kist (docent en vicevoorzitter),
  • Bob Molenberg (docent)
  • Judith Beening (personeelslid)
  • Emma-Jelske de Boer (student)
  • Eva Harmsen (voorzitter, student)
  • Nathaniël Oltmans (student)

Heb je adviezen, suggesties of vragen over de opleiding? Schroom dan niet om contact op te nemen. Benader één van onze leden wanneer je ze ziet (of via Teams), of stuur een bericht naar rwa-opleidingscommissie-bachelor@ahk.nl.

Meer inhoudelijke informatie met betrekking tot taken, rechten en praktische zaken van de OC BA vind je in het Reglement.

Academieraad
De academieraad is het medezeggenschapsorgaan dat zich over elke aangelegenheid die de academie betreft, voorstellen doet en standpunten kenbaar maakt. Waar de OC BA en OC MA zich focussen op de inhoud van de opleidingen, legt de AR de nadruk op het waarborgen van de juiste procedures en structuur van de academie.

De AR bestaat op dit moment uit:

  • Bas de Wal (personeelslid)
  • Manuela Friedrich (personeelslid)
  • Annebel Huijboom (personeelslid)
  • Marie den Rooijen (personeelslid)
  • Freya van der Wal (studentlid)
  • Jasmijn Fasen (studentlid)
  • Jesse Bakker (studentlid)

De AR is te bereiken op rwa-academieraad@ahk.nl en heeft ook een eigen postvak op de academie.

Management team

Het dagelijks bestuur van de Reinwardt Academie is in handen van de directeur, Nel van Dijk. Zij wordt daarin ondersteund door de studieleiders van de bacheloropleiding Joke Bosch en Simone Stoltz, de studieleider van de masteropleiding Menno Welling en het hoofd Bedrijfsvoering en Onderwijsondersteuning Youssef Zahri. Gezamenlijk vormen zij het managementteam van de academie.

De Reinwardt Academie is een van de zes academies van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK). De andere vijf academies zijn de Nederlandse Filmacademie, de Breitner Academie, de Academie van Bouwkunst, de Academie voor Theater en Dans en het Conservatorium van Amsterdam.

Lectoraat

Binnen het lectoraat Cultureel erfgoed van de Reinwardt Academie, onder leiding van lector Hester Dibbits, wordt onderzoek gedaan naar actuele erfgoedvraagstukken uit de praktijk. Het onderzoek komt op verschillende manieren in het onderwijs terug. Kijk voor meer informatie over het lectoraat op onze website.

Commissie van Advies

De Commissie van Advies adviseert de directie over de inhoud van het opleidingsprogramma en over ontwikkelingen in de sector. De leden, bestaande uit vertegenwoordigers uit het werkveld, zijn:

  • Roy Cremers, Cultureel ondernemer, strategie, development, innovatie en recruitment
  • Annette Gaalman, Adviseur/projectleider Erfgoed Brabant, bestuurslid van het Landelijk Contact van Museumconsulenten en voorzitter van de domeingroep Bruikbaar van het Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE)
  • Francio Guadeloupe, Universitair docent afdeling Antropologie van de Universiteit van Amsterdam
  • Bengin Dawod, Architect/Urban Design, Dawod A.A.U, Amsterdam Area
  • Priya Bansraj, Projectleider Internationaal Kunsttransport HIZKIA
  • Nadia Bouras, Docent en onderzoeker, verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis en NIMAR van de Universiteit Leiden
  • Henk Atze Dijkstra, Directeur Dinamo Fonds, voorzitter/oprichter Stichting Jacob de Wit

De Commissie van Advies wordt ondersteund door Sanja Kascelan.

Student

Examencommissie

Iedere opleiding binnen de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten heeft een examencommissie, dus ook de Reinwardt Academie. De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze twee zaken vast:

  • Of de studie in de praktijk voldoet aan de voorwaarden uit de Onderwijs- en examenregeling (OER).
  • Of de student voldoet aan de eindkwalificaties van de opleiding.

De examencommissie is onafhankelijk. Het werk van de commissie komt in de praktijk vooral neer op het bewaken van de kwaliteit van toetsing en de behandeling van verzoeken van studenten omtrent vrijstelling, toetsen, invulling externe vrije studieruimte en externe minorkeuzes. De commissie kijkt ook of de richtlijnen voor toetsing worden gevolgd en controleert de kwaliteit van de toetsing. Daarnaast geeft de commissie gevraagd en ongevraagd advies aan de directie van de academie over het toetsingsbeleid en de OER. Als student kun je contact opnemen met de examencommissie voor de volgende verzoeken:

  • Tot vrijstelling van een of meer toetsen.
  • Om een extra kans voor het afleggen van een toets (overmachtkansen).
  • Tot verlenging van de geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegde toets.
  • Tot goedkeuring van externe studieruimte.
  • Tot goedkeuring van een externe minor.
  • Om voorzieningen en aanpassingen bij toetsing vanwege een functiebeperking of chronische ziekte.

Als je het niet eens bent met een beslissing van de examencommissie dan kun je beroep aantekenen bij het College van Beroep voor de Examens (COBEX). Meer informatie over COBEX en hoe je als student beroep kunt aantekenen staat beschreven in het hoofdstuk Rechtsbescherming bij het College van Beroep voor de Examens in het studentenstatuut.

Samenstelling Reinwardt examencommissie is de volgende:

  • Mirjam Wijnands - voorzitter
  • Gerdie Borghuis - lid
  • Marlous van Gastel - lid
  • Mirjam Shatanawi - lid
  • Scheltus van Luijk - extern lid
  • Sanja Kascelan – ambtelijk secretaris

Contact
De examencommissie is bereikbaar via het e-mailadres 
rwa-examencommissie@ahk.nl. Je vraag of verzoek wordt zo spoedig mogelijk beantwoord of behandeld, uiterlijk binnen drie werkweken. Voor het aanvragen van vrije studieruimte, een externe minor, een vrijstelling of het indienen van een klacht, zijn er formulieren.

Formulieren
Formulieren staan op de pagina 
Examencommissie op MyAHK, ons intranet. Denk hierbij aan het formulier Klacht examencommissie maar ook de volgende aanvragen: overmacht, externe minor, externe vrije studieruimte, vrijstelling, digitaal beoordelingsgesprek.

OER, toetsbeleid en schrijfwijzer

Via deze link ga je naar de SharePoint waar je de documenten betreffende de OER, het toetsbeleid en de schrijfwijzer kan terugvinden.

Toelatingseisen

Studiekeuzecheck
Na de inschrijving voor de opleiding krijg je de uitnodiging voor een online studiekeuzecheck. Het invullen van de studiekeuzecheck (SKC) is een verplicht onderdeel van de inschrijving. Na het invullen van de SKC krijg je een adviesrapportage toegestuurd. De adviesrapportage helpt je bij het maken van een bewuste keuze voor de Reinwardt Academie, want we zijn natuurlijk op zoek naar studenten die een bewuste keuze maken voor onze opleiding Cultureel erfgoed!

Na deze online check zien we je graag op onze matchingsdag. Daar krijg je (bij de matchingsbijeenkomst) een gesprek over de uitkomst van deze studiekeuzecheck. Onder bepaalde voorwaarden kunnen we het matchingsgesprek telefonisch of online doen. Dat is onze tweede keuze, want we zien je liever in het echt. Je studiekeuzecheck wordt opgeslagen in je studentendossier en is de start van je portfolio.

21-plustest
Voldoe je niet aan de instroomeisen van de Reinwardt Academie en ben je ouder dan 21 jaar, dan kun je een 21+ toets aanvragen. Dat doe je door een e-mail te sturen naar het studentenloket (rwa-studentenloket@ahk.nl ). Vervolgens krijg je een uitnodiging om de 21+ toets te maken. De afname van de toets is op de academie.

Procedure bij plagiaat en/of fraude

Wanneer de verantwoordelijke docent of surveillant vermoedt dat er sprake kan zijn van fraude en/of plagiaat deelt hij/zij dit direct mee aan de student en tevens schriftelijk aan de examencommissie, onder overlegging van de schriftelijke stukken en bevindingen. De examencommissie stelt de student binnen een termijn van 10 werkdagen na melding in de gelegenheid te worden gehoord. Van het horen wordt een verslag gemaakt. De examencommissie stelt vast of er sprake is van fraude of plagiaat en deelt binnen een termijn van drie weken de student schriftelijk haar besluit en de sancties mee, onder vermelding van de beroepsmogelijkheid. Indien plagiaat wordt geconstateerd of vermoed in een bepaald werkstuk, kan de examencommissie besluiten eerder door dezelfde student(en) ingeleverde werkstukken te onderzoeken op plagiaat. De student is verplicht aan een dergelijk onderzoek mee te werken en kan worden verplicht digitale versies van eerdere werkstukken aan te leveren. 

De examencommissie heeft de bevoegdheid om sancties op te leggen. Sancties kunnen zijn: een berisping, het ongeldig verklaren van een toetsingsresultaat, het ongeldig verklaren van eerder behaalde resultaten wanneer daarin alsnog plagiaat wordt geconstateerd, uitsluiting van deelname aan een of meerdere toetsen gedurende een periode van maximaal 12 maanden. 

Zoals is vastgelegd in de WHW, artikel 7.12b.2, kan bij ernstige fraude het College van Bestuur op voorstel van de examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokkene definitief beëindigen. Als tijdens de studie geconstateerd wordt dat er fraude is gepleegd tijdens het aanmeldingsproces volgt alsnog uitschrijving. 

Indien na onderzoek blijkt dat eerder in de studie plagiaat is gepleegd, kan de examencommissie besluiten eerder behaalde resultaten van onderdelen waarbij plagiaat is vastgesteld, ongeldig te verklaren. 

De examencommissie archiveert de documentatie rondom plagiaat en fraude. 

Studiekosten en studiereizen

Collegegeld
Het wettelijk collegegeld wordt jaarlijks vastgesteld door het Ministerie van OCW.

Overige kosten
Iedere student van de Reinwardt Academie moet in het bezit zijn van een Museumkaart of ICOM pas die geldig is vanaf 1 september 2022. Studenten dienen verder rekening te houden met jaarlijkse kosten voor de aanschaf van literatuur, onderwijsmaterialen en excursies in Nederland. Afhankelijk van de gekozen studieroute kan sprake zijn van de aanschaf van softwarelicenties voor gebruik op de eigen laptop.

Studiereizen
In het eerste en tweede jaar van de opleiding ga je met alle studenten gezamenlijk op studiereis. In het eerste studiejaar ga je op pad in Nederland. De studiereis is van maandag t/m vrijdag, inclusief enkele overnachtingen. In het tweede jaar van je opleiding maak je een gezamenlijke studiereis binnen de Benelux. De studiereis is van maandag t/m vrijdag, inclusief alle overnachtingen.

Deelname aan de studiereis is onderdeel van je studieprogramma. De kosten van de studiereizen draag je zelf. De kosten voor jaar 1 liggen rond 120 euro, de kosten voor jaar 2 liggen rond de 200 euro.

Mocht je om financiële redenen niet aan een (buitenlandse) studiereis kunnen deelnemen, kan je bij de directie verzoeken om een betalingsregeling of kwijtschelding zodat je wel kan deelnemen.

In het derde jaar van je opleiding worden facultatieve studiereizen aangeboden.  De kosten van deze studiereizen zijn wisselend en afhankelijk van bestemming en programma.

Praktijkbureau

Verbinden
Het Praktijkbureau fungeert als schakel tussen het erfgoedveld en de studenten van de Reinwardt Academie. In samenspraak met het veld kijkt het Praktijkbureau naar mogelijke stageplekken om tot een aanbod te komen dat zowel voldoet aan de wensen van het veld als ook aan de eisen van het onderwijs.

Informeren
Ook is het de taak van het Praktijkbureau om haar partners in het veld op de hoogte te houden van de huidige ontwikkelingen in het curriculum van de bachelor Cultureel erfgoed. Wat verandert er? Wanneer? De uitdagende vernieuwingen waar wij voor staan impliceren meer maatwerk voor uw erfgoedorganisatie. Het Praktijkbureau denkt graag met u mee.

Uitvoeren
Tenslotte kunt u bij het Praktijkbureau terecht voor de praktische afwikkeling van overeenkomsten die u als erfgoedorganisatie met de Reinwardt Academie en haar studenten aangaat.

Kijk voor meer informatie over het Praktijkbureau op onze website.

Lestijden

Het rooster vind je op het intranet. Ook is het rooster als app (AHK Roosters) te downloaden in de App Store (iPhone) of Play Store (Android). Lesdagen zijn op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag in afwisselende samenstellingen. Je wordt verwacht elke werkdag fulltime beschikbaar te zijn voor je studie. Bij de roostering wordt uitgegaan van een aantal terugkerende elementen. Op dinsdagochtend wordt tot 13.00 uur geen les geroosterd en werk je zelfstandig. Een vaste dag per week is gereserveerd voor excursies en een dag in de week volg je online onderwijs of werk je zelfstandig aan je opleiding.

Het rooster wordt per semester bekendgemaakt. Check wel dagelijks op eventuele wijzigingen.

In de roostering wordt uitgegaan van vaste dagdelen per studiejaar verdeeld binnen onderstaande lestijden:

  • 1e uur: 09.00 – 09.45 uur
  • 2e uur: 10.00 – 10.45 uur
  • 3e uur: 11.00 – 11.45 uur
  • 4e uur: 12.00 – 12.45 uur
  • 5e uur: 13.00 – 13.45 uur
  • 6e uur: 14.00 – 14.45 uur
  • 7e uur: 15.00 – 15.45 uur
  • 8e uur: 16.00 – 16.45 uur
  • 9e uur: 17.00 – 17.45 uur
  • 10de uur: 18.00 – 18.45 uur (uitgezonderd woensdagen en vrijdagen)
  • 11de uur: 19.00 – 19.45 uur (uitgezonderd woensdagen en vrijdagen)

Studentzaken AHK

Via deze link ga je naar de Sharepoint over studentzaken van AHK-breed.

Praktisch

Ons gebouw

Receptie
De receptie is de plek waar je terechtkunt met algemene vragen. Ook kun je hier technische apparatuur lenen (sommige apparatuur is alleen op verzoek van een docent te leen).

Telefoon: 020 527 7100
Email:
rwa-receptie@ahk.nl

Café Caspar
De kantine is dagelijks geopend van 09.00 tot 15.00.

Elektronische kluisjes
Je spullen veilig opbergen? Dat kan in de kluisjes onderaan de trap bij het grote lichthof. Houd je studentenpas voor de scanner en volg de instructies op het scherm. Let op: de kluisjes resetten om middernacht. Gebruik een kluisje dus niet langer dan een dag. Heb je hulp nodig? Loop dan even langs bij de huismeesters.

Onderwijs- en Studentenloket (OSL)

Het Onderwijs- en studentenloket is de plek waar je met allerlei vragen terechtkunt over het verloop van je studie. Als dat nodig is, verwijzen ze je door naar de juiste persoon. Tijdens werkdagen zijn wij bereikbaar tussen 9.00 en 17.00 uur via:

Telefoon: 020 527 7142
Email: rwa-studentenloket@ahk.nl

ICTO beheer en administratie (ICTO)

Team ICTO (ICT in het onderwijs) zet zich in voor optimale ICT-ondersteuning ten behoeve van studenten en medewerkers. Kijk op ons intranet (MyAHK) op de pagina ICTO voor meer informatie over bv. Teams, de digitale leeromgeving, het studentinformatiesysteem en andere ICTO gerelateerde onderwerpen.

Contact ICTO
ICTO is tijdens werkdagen bereikbaar tussen 9.00 uur en 17.00 uur op 020 527 7180 en rwa-icto@ahk.nl. Voor studenten is het  ook mogelijk een 1-op-1 afspraak in te plannen via dit formulier.

Intranet (MyAHK) en e-mail
Aan het begin van je studie ontvang je een persoonlijke inlognaam en wachtwoord voor MyAHK, het intranet voor studenten en medewerkers. Iedere student en medewerker heeft een persoonlijk AHK-mailadres. Dit e-mailadres is het enige adres dat gebruikt wordt voor e-mailcommunicatie tussen studenten, (gast)docenten en medewerkers.

ICT-voorzieningen
Met je persoonlijke inlognaam en wachtwoord heb je direct toegang tot een aantal voorzieningen:

  • Leerpodium, hier raadpleeg je onderwijsmateriaal.
  • Teams, hier discussieer je met docenten en medestudenten en woon je online colleges en evenementen bij.
  • Educator, hier zijn je studieresultaten te zien.
  • Kaltura, hier bekijk je kennisclips en hoorcolleges.
  • AHK Roosters (app), hier is het actuele onderwijsrooster te zien.
  • Het gebouw beschikt over wifi-hotspots (eduroam) waar je gratis met je laptop of mobiel kunt inloggen met je AHK-gegevens.

Online leeromgeving
Een digitale leeromgeving ondersteunt het onderwijs. In de digitale leeromgeving deelt een docent al het lesmateriaal en detailinformatie over een vak, lever je opdrachten in en worden discussies gevoerd. Bij lesmateriaal kun je denken aan hoorcolleges, literatuur (bv. artikelen), geluidsfragmenten, videobeelden, kennisclips en berichten.

Mediatheek

Adres Hortusplantsoen 2, 1018 TZ Amsterdam
Locatie   2de verdieping, ruimte 207
Telefoon   020-5277107
E-mail   rwa-mediatheek@ahk.nl
Bereikbaarheid   Metro 51, 53, 54, tram 14 halte Waterlooplein
Openingstijden   Maandag t/m vrijdag 11.00-17.30 uur
Collectie   De collectie bestaat uit boeken, afstudeerwerk, vaktijdschriften, nieuwsbrieven, audiovisueel materiaal op o.a. het gebied van erfgoedtheorie, collectiebeheer, beheer en behoud, educatie, informatiemanagement, tentoonstellingsvormgeving, marketing en cultureel ondernemen m.b.t. cultureel erfgoed. De collectie sluit aan bij het onderwijs van de Reinwardt Academie, het werkveld en de recente ontwikkelingen in het vakgebied.
Uitleen   De bibliotheek is openbaar toegankelijk. Uitleen uitsluitend op vertoon van collegekaart. Er wordt ook uitgeleend aan derden met UvA-pas of legitimatie (op afspraak). Uitleentermijn: 1 maand met mogelijkheid tot telefonisch of per e-mail verlengen. Niet uitgeleend worden: naslagwerken, tijdschriften en afstudeerwerk. Bij overschrijding van de uitleentermijn wordt een boete in rekening gebracht. Bij verlies of beschadiging is de officiële lener aansprakelijk.

BHV en calamiteiten

De Reinwardt Academie beschikt op basis van de Arbowet over een bedrijfshulpverleningsorganisatie (bhv). Bhv'ers komen in actie bij calamiteiten, ongevallen, beginnende brand en ontruiming van het gebouw.

Bij een ongeval

  • Een ongeval moet direct worden gemeld bij de receptie (T: 020 527 7100) en bij de dichtstbijzijnde docent.
  • Wacht daarna op iemand van de bedrijfshulpverlening (bhv).
  • Ga niet met een slachtoffer slepen maar zorg dat hij/zij ruimte krijgt, houd omstanders op afstand.

Bij brand en het ontruimingsalarm

  • Blijf kalm en meld de brand direct bij de receptie (T: 020 527 7100) of gebruik de dichtstbijzijnde brandmelder. 
  • Probeer een beginnende brand eventueel zelf te blussen met de brandblusser of de brandslang.
  • Als het ontruimingsalarm (de slow-whoop) afgaat, verlaat dan rustig, maar zo snel mogelijk het pand via de straatzijde (dus niet via de tuinzijde). Maak alleen gebruik van de trap, niet van de lift. 
  • Volg altijd de instructies van de bhv'ers op. 
  • Blijf weg van de voordeur om de doorgang voor brandweer/politie/ambulance vrij te houden. Wacht buiten op verdere instructies.

Huisregels

Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van studenten en medewerkers om de Reinwardt Academie een plezierige en veilige leer- en werkomgeving te maken. De algemene huisregels zijn gebaseerd op het studentenstatuut van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, op de cao-hbo en op overheidsvoorschriften (brandweervoorschriften, arbo- en milieuwetgeving).

  • Iedereen in het gebouw hoort zich te gedragen als een goed en verantwoordelijk gebruiker van het gebouw. Dit houdt in dat je op een zorgvuldige manier met het gebouw en de inventaris omgaat. Van een gebruiker van het gebouw wordt verwacht dat hij/zij rekening houdt met medegebruikers en onverantwoord gebruik door anderen actief signaleert en zo mogelijk voorkomt. 
  • Studenten en medewerkers worden geacht hun studenten- of medewerkerspas bij zich te hebben.
  • Het door de Nederlandse wet vastgestelde rookverbod voor openbare gebouwen is in en rond het hele pand van toepassing. Dit geldt ook voor het gebruik van bijzondere rookwaren als de e-sigaret en waterpijp.
  • In de lokalen en op de gangen mag niet worden gegeten of gedronken, dit is alleen toegestaan in Café Caspar. Gebruikers van Café Caspar moeten bij vertrek hun afval en gebruikt serviesgoed opruimen. 
  • In de lokalen of kantoren mogen geen waterkokers, magnetrons en andere elektrische keukenapparaten worden geplaatst.
  • Het gebruik van alcohol is alleen toegestaan tijdens evenementen die door of met toestemming van de Reinwardt Academie worden georganiseerd. Het gebruik van drugs is niet toegestaan. 
  • Iedere gebruiker moet zich op de hoogte stellen van het ontruimingsplan voor Hortusplantsoen 1-3 en is verplicht aan de ontruimingsoefeningen deel te nemen. Het ontruimingsplan ligt ter inzage bij receptie
  • Het is niet toegestaan om huisdieren het gebouw in te nemen. 
  • Het academiegebouw is in les- en toetsweken geopend op maandag, dinsdag en donderdag tot 20.00 uur, op woensdag en vrijdag tot 18.00 uur. Buiten les- en toetsweken is het gebouw geopend tot 18.00 uur. Voor evenementen geldt een uitzondering.

Aansprakelijkheid, verantwoordelijkheid en verzekering
De directie is niet aansprakelijk voor vermissing, diefstal van of schade aan persoonlijke eigendommen van studenten en medewerkers. Er zijn in het gebouw kluisjes beschikbaar voor het opbergen van persoonlijke bezittingen. 

Schade
De directie kan studenten aansprakelijk stellen voor het al dan niet opzettelijk beschadigen of doen zoekraken van bezittingen, eigendommen van de academie en zaken van derden die zich in het gebouw of op het terrein bevinden.

Studie

Visie op cultureel erfgoed

Voor de erfgoedprofessional bestaat geen landelijk beroepsprofiel. Op de RWA gaan we ervan uit dat erfgoedprofessionals de kennis en vaardigheden moeten hebben die nodig zijn om een concrete bijdrage te kunnen leveren aan het oplossen van erfgoedvraagstukken in de praktijk. Een erfgoedprofessional heeft niet alleen oog voor de context waarin erfgoed tot stand komt, maar weet ook hoe daarop in te spelen en van daaruit te handelen. Een beroepsprofiel is geen beschrijving van één of enkele functies maar van een beroepspraktijk. De paragrafen hieronder beschrijven de uitgangspunten uit de beroepspraktijk die belangrijk zijn voor het onderwijs op de RWA.

Erfgoed is een aanduiding voor objecten, plekken en praktijken die in het heden, onder verwijzing naar het verleden door mensen worden ervaren als van wezenlijk belang. Het gebruik van de term erfgoed is in de afgelopen decennia explosief toegenomen. De term maakt deel uit van een breed scala van aan elkaar verwante begrippen en praktijken, allemaal met een eigen geschiedenis: zo kennen we een erfgoedsector, zijn er erfgoedinstituten, erfgoedprofessionals en erfgoedopleidingen. Nederland is hierin niet uniek: de opkomst van de ‘erfgoedindustrie’ is een wereldwijd fenomeen.

Vaak wordt de late achttiende of vroege negentiende eeuw aangewezen als de periode waarin de groei van de erfgoedsector begon. De tijd rond 1800 was een periode van snelle verandering. Die verandering hield verband met processen van nationalisering, regionalisering, lokalisering, globalisering, industrialisering en commercialisering. In deze veranderende wereld nam bij veel mensen de behoefte toe om de bestaande cultuur en natuur actief veilig te (laten) stellen: ziedaar de komst van musea, monumentenzorg, archieven en aanverwante instellingen. Vanaf die periode is er sprake van toenemende professionalisering: steeds meer mensen maken van ‘erfgoed’ hun beroep.

Erfgoedprofessionals vormen een niet scherp af te bakenen groep mensen, maar zij (h)erkennen elkaar en worden door anderen (h)erkend als professional omdat zij een specifieke opleiding hebben gevolgd, professioneel contact met elkaar onderhouden, en kennis en ervaringen uitwisselen in vakbladen of beroepsverenigingen. Vandaag de dag komen we hen tegen in tal van functies zoals: zelfstandig erfgoedadviseurs, collectiebeheerders, monumentenzorgers, educatoren, museummedewerkers, projectleiders, archivarissen of als zelfstandige ondernemers. Hun werk is aan verandering onderhevig en verschilt per plek. Maar zolang zij zich telkens opnieuw als professional blijven ‘uitvinden’ en erin slagen als groep (h)erkend te worden, zullen zij toegevoegde waarde hebben.

Aan de RWA worden sinds het begin van haar bestaan erfgoedprofessionals opgeleid. In het onderwijs is de combinatie van theorie (kennis), praktijk (kunde) en ethische reflectie (oog voor de maatschappelijke context) altijd leidend geweest. De curricula van de bachelor en de master zijn in de loop der tijd wel veranderd: waar vroeger vooral professionals voor de museumsector en specifiek voor museale functies van museumeducator, tentoonstellingsmaker of medewerker behoud en beheer werden opgeleid, richt de academie zich nu op de breed inzetbare erfgoedprofessional. Dat is stapsgewijs gegaan.

Een eerste ‘gamechanger’ was de opkomst van het idee dat er sprake was (of zou moeten zijn) van ontschotting binnen de sector van musea, archieven en monumenten, en de overtuiging dat de werkprocessen in de diverse soorten erfgoedinstellingen vaak vergelijkbare kennis, kunde en ethische reflectie vereisen.

Een tweede 'gamechanger’ was de veranderende visie op de rol van de expert binnen de erfgoedsector. Academisch geschoolde conservatoren (historici, kunsthistorici), archivarissen, monumentenzorgers en archeologen golden tot voor enkele decennia geleden vanwege hun inhoudelijke kennis als de experts bij uitstek op het gebied van erfgoed en geschiedenis. Mede door de opkomst van internet is hierin verandering gekomen: het besef groeide dat hun monopolie niet langer vanzelfsprekend was of zou moeten zijn.

Behalve tot deze twee ontwikkelingen, die wij waar nodig ook kritisch bevragen, willen we ons in de komende beleidsperiode nadrukkelijker dan voorheen verhouden tot het gegeven dat erfgoedvraagstukken zich ook buiten de traditionele erfgoedsector voordoen. Het werkterrein van erfgoedprofessionals hoeft zich niet tot de erfgoedsector te beperken, maar kan zich uitstrekken tot bijvoorbeeld ngo’s, welzijnsorganisaties en bedrijven. De professional met een diploma van de RWA op zak is breed inzetbaar, overal waar zich vraagstukken voordoen die te maken hebben met onze omgang met het verleden in het heden richting de toekomst. Hieronder zetten we uiteen wat dit van de hedendaagse professional vraagt.

Erfgoed ontstaat in interactie. Door iets ‘erfgoed’ te noemen en als zodanig te (laten) koesteren, onderstrepen mensen het belang ervan, en claimen ze tegelijk eigenaarschap. Dit doen ze dikwijls met een beroep op het verleden. Erfgoed is een keurmerk dat vaker wordt toegekend in tijden waarin mensen het gevoel hebben dat er sprake is van snelle verandering, verlies en vervreemding. Bij dit proces is sprake van conflicterende belangen en emoties: het koesteren van een voorwerp, plek of praktijk als erfgoed door de één, kan door de ander als pijnlijk, aanstootgevend, of onbelangrijk worden ervaren.

Dit zorgt voor een dynamiek, die complex is en lang kan voortduren. Het markeren van iets als ‘erfgoed’ is immers geen éénmalige handeling van een enkeling; het is een proces waar tal van belanghebbenden bij betrokken zijn. In het proces van ‘erfgoedvorming’ en ‘erfgoedontvorming’ (heritage making and unmaking) weegt in de praktijk echter niet iedere stem even zwaar, en sommige stemmen worden eenvoudigweg niet gehoord.

De huidige maatschappelijke uitdagingen op het terrein van het klimaat, sociale ongelijkheid en technologie maken het er voor de professional niet eenvoudiger op. De 21ste-eeuwse professional heeft - zoals dat in jargon heet – behoefte aan nieuwe ‘handelingsperspectieven’ en ‘handelingskaders’, die bij ‘handelingsverlegenheid’ uitkomst kunnen bieden. Tegelijk is dit een kans: in allerlei sectoren van de samenleving dienen zich vraagstukken aan die met erfgoed te maken hebben. Het is onze taak ervoor te zorgen dat onze alumni, op bachelor- of masterniveau in al die verschillende sectoren kunnen werken. De RWA is immers een erfgoedbrede, praktijkgerichte hbo-opleiding.

Erfgoedprofessionals die oog hebben voor die veranderende wereld kunnen het verschil maken. Zij werken als zelfstandige, of in organisaties aan concrete vraagstukken die, in de meest brede zin, te maken hebben met de omgang met (sporen uit) het verleden in een complexe, snel veranderende samenleving. Ze hebben kennis van zaken, beschikken over een ‘hands on’ mentaliteit, kunnen goed in een team functioneren en hebben oog voor de bredere maatschappelijke context waarin ze werken. Met deze kwaliteiten zijn bachelor- en masterstudenten herkenbaar als afkomstig van de RWA.

Inzicht in de doorwerking van het koloniale verleden in het heden is hier een mooi voorbeeld. In het huidige debat over eigenaarschap van collecties wordt de erfgoedsector door sommigen voorgesteld als het product van een koloniaal systeem: een sector die bovendien koloniale machts- en kennisstructuren in stand houdt. De vraag waar veel professionals (en niet alleen zij) mee worstelen, is hoe zij om moeten gaan met mechanismen van uitsluiting die hiervan het gevolg zijn: het systeem inclusiever maken (maar hoe dan?) of ontmantelen? En wat is dan, met het oog op de bredere maatschappelijke context en de langere termijn, de meest duurzame keus? Bij het beantwoorden van deze vragen en het overgaan tot concrete actie, moeten erfgoedprofessionals hun professionele handelen kritisch kunnen evalueren. Wat voor de ene stakeholder werkt, hoeft voor de andere immers niet het geval te zijn.

Eindtermen

We leiden je op de Reinwardt Academie op tot een allround erfgoedprofessional. Een erfgoedprofessional die vanuit een brede kennisbasis en met een uitgebreide set vaardigheden in verschillende contexten vanuit een breed erfgoedperspectief kan oordelen. Een ondernemende erfgoedprofessional die zich in wisselende contexten overtuigend kan presenteren en kan werken met verschillende middelen en methodieken. Een handelende erfgoedprofessional met oog voor de maatschappelijke dynamiek rond erfgoed en de verschillende posities en standpunten die daarin belangrijk zijn, inclusief je eigen positie. Zo kun je een concrete bijdrage leveren aan het oplossen van erfgoedvraagstukken in de praktijk. Daarom is in ons onderwijs veel ruimte voor intellectuele uitdaging, zelfontplooiing en het leren leggen van verbindingen.

Dit alles komt tot uiting in de volgende eindtermen; de startcompetenties van een erfgoedprofessional. De RWA-erfgoedprofessional die de bachelor Cultureel erfgoed met goed gevolg heeft afgerond:

  1. Heeft brede, geïntegreerde kennis en begrip van het proces en de praktijk van erfgoedvorming in heden en verleden in diverse maatschappelijke contexten.
  2. Kan vanuit de rol van erfgoedprofessional relevante en actuele onderzoeksmethoden, materialen, systemen, procedures, technieken, wetten en codes identificeren, toepassen en/of gebruiken in erfgoedprocessen en erfgoedproducten.
  3. Kent het brede erfgoedperspectief en de grenzen van de eigen professie, is van toegevoegde waarde in samenwerkingsverbanden en weet effectief advies in te winnen bij andere professionals.
  4. Onderkent en analyseert complexe vraagstukken in het actuele en toekomstige erfgoeddomein, toont leiderschap en positioneert zich als een maatschappijgerichte, oplossingsgerichte en erfgoedwijze professional.
  5. Identificeert, verzamelt en analyseert relevante gegevens om op tactische, strategische en creatieve wijze erfgoedvraagstukken op te pakken.
  6. Zoekt samenwerkingen en verbindingen met specialisten en niet-specialisten, met oog voor maatschappelijke ontwikkelingen en vanuit een professionele (communicatieve, omgevingsbewuste, ondernemende en zelfreflectieve) houding.
  7. Ontwikkelt zich door zelfreflectie en zelfbeoordeling van eigen (leer)resultaten.

Toetsing

Naast het verwerven van kennis gaat leren over verantwoordelijkheid nemen en zelfstandig en afgewogen gebruikmaken van bronnen en/of methodieken bij het analyseren van een vraagstuk, het formuleren van een oplossingsrichting en het  evalueren van resultaten. Toetsing is daarbij doordacht en in samenhang ontwikkeld, op een transparante en zorgvuldige wijze. De uitgangspunten en visie ten aanzien van toetsen wordt vastgelegd in het toetsbeleid. Dit verschaft de kaders rondom toetsing en beoordeling binnen de bacheloropleiding van de Reinwardt Academie. Het toetsbeleid wordt elk jaar geactualiseerd. Het toetsbeleid is ontwikkeld met input van de examencommissie en de  opleidingscommissie van de bachelor.

In de bachelor is ervoor gekozen zoveel mogelijk aspecten van het beroepenveld aan de orde te laten komen. Dit betekent dat in wisselende samenstelling de Reinwardt uitgangspunten en eindtermen aan de orde komen  in de toetsing, met een moeilijkheidsgraad die past bij het betreffende jaar.

De beroepspraktijk is leidend voor de vormgeving van de toetsing binnen de bachelor. Dat betekent dat bij veel toetsvormen de nadruk ligt op concrete beroepssituaties en authentieke contexten. Bij deze toetsen is waar relevant het werkveld betrokken in de rol van opdrachtgever en/of medebeoordelaar. Binnen de bachelor kennen we vijf toetsvormen:

Casustoets
Een casus is een beschrijving van een zo authentiek mogelijke beroepssituatie of beroepsproduct, waarover vragen worden gesteld en waarin je   bronnen behandelt, een eigen analyse/argumentatie/mening geeft en conclusies formuleert.

Beroepsproduct
Een beroepsproduct kent verschillende verschijningsvormen, zoals een advies, ontwerp, eindproduct, handeling of onderzoek. Dit is een toetsvorm waarin je gedrag moet laten zien tijdens het uitvoeren van kenmerkende, kritische beroepstaken in een authentieke of gesimuleerde beroepssituatie. Hierbij is het beroepsproduct en het proces dat daartoe geleid heeft van belang.

Performance assessment
Performance assessment wordt gedefinieerd als “een systematische poging om de toepassingsvaardigheid van de lerende te meten”. Met andere woorden; ben jij in staat om reeds verworven kennis te gebruiken bij het oplossen van nieuwe problemen of bij het vervolledigen van specifieke taken? Bij deze toetsvorm is sprake van een combinatie van verschillende methoden zoals een observatie, documentanalyse, presentatie of criteriumgericht interview.

Portfolio
Een digitaal dossier waarin je diverse bewijsmaterialen verzamelt, om jouw beoogde ontwikkeling in het leerproces aan te tonen.

Actieve deelname
Bij de keuzemodulen is sprake van beoordeling op basis van actieve deelname, waarbij contactmomenten van groot belang zijn. Aan het einde van de onderwijseenheid laten je zien dat je de leerdoelen beheerst. De wijze waarop kan per onderwijseenheid of lesprogramma verschillen.

Formatief handelen
Binnen het onderwijs van de bachelor is formatief handelen een wezenlijk onderdeel van het leerproces. We definiëren dat als: “een onderdeel van de dagelijkse onderwijspraktijk waarbij studenten, docenten en medestudenten zoeken naar, reflecteren op en handelen naar de informatie die voortvloeit uit de dialoog met elkaar, uit het demonstreren van ‘kennen en kunnen’ en uit observatie, en dit op een wijze die het verder leren van de student stimuleert”[1]. Bij formatief handelen speelt jij zelf een actieve rol: je gaat actief op zoek naar feedback om jouw leerproces te sturen.

Leren is een sociaal proces waarbij je kennis uitwisselt. In dit verband is peer assessment, waarbij  studenten bij elkaar feedback zoeken en elkaar feedback geven, een belangrijk onderdeel van het formatief handelen. Tot slot is ook self assessement; het stellen van doelen, het reflecteren op je eigen handelen en het overtreffen van de eigen verwachtingen een belangrijk onderdeel van het formatief handelen.

[1] Sluijsmans, D. M. Segers. Toetsrevolutie: naar een feedbackcultuur in het Hoger Onderwijs. Culemborg,  Uitgeverij Phronese: 2018

Beoordeling
Sommige onderwijseenheden worden beoordeeld met een cijfer. Sommige met behaald/niet behaald.

Onderwijs- en examenregeling (OER) en toetsbeleid
De Onderwijs- en examenregeling (OER) staat op het intranet. Het toetsbeleid staat ook op het intranet. De formele regels rond toetsing staan in de Onderwijs- en examenregeling 2022-2023, die altijd leidend is.

Ziek of verhinderd tijdens een toetsmoment
Ben je ziek of onverhoopt verhinderd, dan stuur je voor aanvang van de toets een e-mail naar het Onderwijs- en studentenloket: rwa-studentenloket@ahk.nl.

Later in het studiejaar doe je dan mee aan de reguliere herkansing. Als je een onvoldoende haalt, kun je eventueel een overmachttoets aanvragen. Hiervoor heb je wel een bewijs van overmacht nodig.

Teams en Leerpodium
Lesmateriaal en de digitale inleverpunten vind je in Leerpodium, de digitale leeromgeving. Daarnaast maak je gebruik van Teams voor communicatie of het bijwonen van online colleges. Je kunt hiervoor toegang vragen via rwa-icto@ahk.nl.

Gemaakte toetsen dienen altijd in Leerpodium te worden ingeleverd en niet via e-mail bij een docent. Onderlinge afspraken die hierover worden gemaakt zijn dan ook niet bindend. Is er sprake van een technische storing of foutmelding in Teams of Leerpodium? Mail dan naar 
rwa-icto@ahk.nl.

Studieresultaten
In Educator kun je zien welke studieresultaten je hebt behaald. Deze studieresultaten zijn in beginsel onbeperkt geldig. Wel kan de examencommissie besluiten hiervan af te wijken op grond van aantoonbare veroudering. De studieresultaten uit de propedeutische fase vallen buiten deze regel: die blijven altijd geldig.

Ben je het niet eens met een beoordeling? Bespreek dit dan altijd eerst met de desbetreffende docent. Als jullie er samen niet uitkomen, dan kun je een mail sturen naar de examencommissie. Beschrijf daarin duidelijk je klacht en geef aan waar jij meent dat fouten zijn gemaakt.


Stuur een mail naar het Onderwijs- en studentenloket (rwa-studentenloket@ahk.nl) als een in Educator ingevoerd resultaat niet klopt of ontbreekt en naar de helpdesk (helpdesk@ahk.nl) als je Educator niet inkomt.

Elders behaalde studiepunten opnemen in Educator
Heb je van de examencommissie een akkoord op je vrijstelling gekregen vanwege elders behaalde studiepunten of heb je een minor bij een andere opleiding behaald? Dan moet je, voordat de resultaten in Educator kunnen worden opgenomen, een officieel bewijs van het behaalde resultaat (en het aantal studiepunten) inleveren bij de examencommissie. Het moet een gewaarmerkt bewijs zijn.

Sommige opleidingen geven geen papieren certificaten uit maar een link naar een beveiligde website. Je kunt dan die link doormailen naar de examencommissie. Een kopie, print, pdf, afbeelding of screenshot zonder waarmerk wordt niet geaccepteerd.

Uitgangspunten

We gaan in ons onderwijs telkens uit van concrete erfgoedvraagstukken uit de praktijk. Door deze te beschouwen met studiegenoten en met docenten, door oplossingen of benaderingen uit te proberen en door erover na te denken, ontwikkel je je als ondernemende erfgoedprofessional. Doordat er telkens andere kwesties en invalshoeken worden behandeld, word je een allrounder en ontwikkel je flexibiliteit.

Het onderwijs binnen de Reinwardt Academie is gestoeld op een aantal uitgangspunten. Erfgoed kun je benaderen vanuit verschillende dimensies: een materiële, een immateriële en een ruimtelijke. Bij een brede benadering van erfgoed hoort dat we deze dimensies integraal benaderen; we bekijken ze nooit geïsoleerd. Bij het inzichtelijk maken van de dynamiek van erfgoedvorming (en -ontvorming) zijn materiële, immateriële en ruimtelijke dimensies van erfgoed altijd in samenhang relevant. We noemen dit de integrale benadering.

Erfgoed is geen eigenschap, maar een afspraak of een kwaliteit. Een gesprek over erfgoed kan mensen dichter bij elkaar brengen, maar het kan hen ook verder uit elkaar drijven. Input van historische kennis kan de angel uit een conflict halen, maar kan ook juist zorgen voor nog meer spanning. Het kunnen laveren tussen de praktijk, de theoretische onderbouwing en professionele, maatschappelijke en persoonlijke ethische dilemma’s vergt een grote behendigheid van de erfgoedprofessional. Op de Reinwardt Academie zien we het als een belangrijk kenmerk van professionaliteit: een benadering waarbij elke keer zowel theorie als praktijk als ethiek mee worden genomen. We noemen dit de professionele benadering.

Een erfgoedprofessional heeft de ene keer met individuen en dan weer met groepen van belanghebbenden (of bijvoorbeeld met instituties) te maken. In gesprekken over erfgoed maakt het uit hoe, door wie, wanneer en in welke setting kennis wordt ingebracht en gedeeld. Het is heel belangrijk processen van erfgoedvorming (en -ontvorming) in een historische en ruimtelijke context te plaatsen, en je te verhouden tot de verschillende actoren (belanghebbenden) die in die processen een rol spelen. We noemen dit de contextuele benadering.

Als erfgoedprofessional maak je het verschil. Daarbij kijken we naar maatschappelijke thema’s of trends. Belangrijk is hierbij steeds kritisch te blijven kijken naar de framing van de thema's en de termen die in het maatschappelijk debat worden gebruikt. In het Reinwardt-beleidsplan 2019-2024 zijn drie maatschappelijke trends beschreven: duurzaamheid, inclusiviteit en technologie. Dit noemen we de maatschappelijk geëngageerde benadering. Wat is dat eigenlijk: inclusiviteit? En wat bedoelen we eigenlijk als we spreken over duurzaamheid?

Curriculumformat

Het eerste twee jaar van je opleiding zijn oriënterend. Tijdens de propedeuse leer je de complexiteit van het erfgoedbegrip te begrijpen. De nadruk ligt op het zelf kunnen toelichten van het erfgoedbegrip a.d.h.v. theorie en praktijkvoorbeelden. In het tweede jaar focus je op het inzetten van kennis en vaardigheden om oplossingsgericht te handelen bij erfgoedvraagstukken uit en met de praktijk. Het tweede jaar staat dan ook in het teken van projectonderwijs; je brengt dat wat je in de Propedeuse hebt geleerd tot uiting bij de uitvoer van de projecten.  

In het derde jaar staat jouw persoonlijke leerroute centraal. Na een gezamenlijk project  met extra aandacht voor cultureel ondernemerschap, bepaal jij welke studieroute je wil volgen.  Die route kan bestaan uit het volgen van inhoudelijke modules, het deelnemen aan erfgoed gerelateerde project(en), het uitvoeren van een stage in binnen- of buitenland of iets anders. De keuzemogelijkheden zijn vakgebied gericht of thematisch ingestoken.

Het laatste jaar staat volledig in het teken van het afstuderen met als centrale activiteit de afstudeerstage.. Tijdens de stage moet je de kennis en vaardigheden in praktijk brengen die je eerder in de studie hebt opgedaan met als beoogd eindresultaat een concreet beroepsproduct dat in het werkveld ingezet kan worden.

Programma

Jaar 1

In het eerste studiejaar maak je kennis met de complexiteit van het erfgoedbegrip en het erfgoedveld. Je leert niet alleen te kijken naar erfgoed, maar ook (of juist) naar de complexe dynamiek eromheen. Wat is het erfgoed? Is het materieel, immaterieel of ruimtelijk? Wat is de (maatschappelijke) context? En wie zijn belanghebbenden? Een vast kader van basisbegrippen en onderzoeksmethoden geeft houvast.

Tijdens dit eerste jaar krijg je de benodigde basis aangeleerd en maak je kennis met het brede erfgoedperspectief. De onderwijseenheden geven een compacte afspiegeling van de gehele opleiding. In het eerste semester ligt de nadruk op het observeren (oordeel uitstellen) en analyseren (waarderen), in het tweede semester op handelen (toepassen en uitproberen) en evalueren (concluderen).

Het werkterrein bestaat in het eerste jaar uit de nabije context: Nederland en de directe omgeving van de academie. Daar vinden we tal van musea, monumenten, parken, de Hortus Botanicus en Artis, maar ook een rijke alledaagse cultuur met tal van tradities en gebruiken.

 

Programmaoverzicht jaar 1

Jaar 2

In het tweede studiejaar breng je de eerder opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk en verdiep je deze. Je doet dit via projecten waarbij samenwerking centraal staat, in nauw contact met het werkveld. De complexiteit ligt hoger dan in jaar 1 en de zelfstandigheid nog (relatief) laag: je wordt stevig begeleid in groepsprojecten. Voor de vormgeving van het projectonderwijs wordt gewerkt met de Design Thinking methode. Ook in dit jaar komen de drie Reinwardt thema’s, inclusiviteit, duurzaamheid en technologie, terug.

Door de samenwerking in projectgroepen rondom wisselende en actuele beroepssituaties krijg je een goed beeld van de beroepspraktijk en jouw mogelijke plek daarin. In het onderwijsprogramma wordt mede daarom een nadrukkelijk beroep gedaan op zelfevaluatie en zelfbeoordeling. Beoordelingen van samenwerkingsprojecten vinden niet alleen plaats op basis van een product, maar ook op basis van het proces. Elke beslissing waarbij studiepunten worden toegekend aan jou als individuele student, wordt genomen op basis van het beoordelen van jouw eigen leeruitkomsten.

Het werkterrein gaat in het tweede jaar verder dan de nabije context: zo begin je het eerste project van jaar 2 met een week durende studiereis ergens in Europa.

 

Programmaoverzicht jaar 2

Jaar 3

In het derde studiejaar stel je een eigen leertraject samen en kies je op welke wijze jij je professionaliteit een stap verder wilt brengen. Mogelijk wil je jouw theoretische kennis verdiepen, of juist verbreden. Mogelijk wil je de praktijk in en leren van de professionals die je daar treft. Of wellicht zie je kansen voor een andere vorm van zelfontplooiing.

In jaar 3 maak je keuzes om je persoonlijke professionele ambities na te streven. Hiervoor volg je een eigen inhoudelijke route. Hiermee bereid jij je zich voor op het kunnen afsluiten van de opleiding in de praktijk.

De strekking van het werkterrein bepaal je zelf. Afhankelijk van jouw keuze voor de af te leggen route, vind je jezelf in de regio, ergens in Europa, of wellicht zelf verder in de wereld. Het kan zelfs zo zijn dat jouw werkterrein zich geheel in the cloud afspeelt.

 

Programmaoverzicht jaar 3

Jaar 4

Het gehele vierde jaar staat in het teken van het afstuderen en het afronden van de vierjarige bachelor opleiding. In een totaal van vijf onderwijseenheden stoom jij je klaar voor het betreden van de arbeidsmarkt.

Via praktijk, onderzoek en persoonlijke ontwikkeling zet jij jouw studieloopbaan om naar een startbekwame professionaliteit. Ook in jaar 4 en kies je op welke wijze jij je professionaliteit een stap verder wilt brengen, in dit geval door een bewust gevolgde afstudeerstage.

Het werkterrein van de afstudeerstage bepaal je zelf. Immers, na afronding van je afstuderen ligt de wereld aan je voeten.

 

Programmaoverzicht jaar 4

Disclaimer

De Reinwardt Academie houdt zich aan de uitvoering van het beschreven onderwijsprogramma, onder voorbehoud van fouten en wijzigingen. Belangrijke wijzigingen die in de loop van het collegejaar optreden, worden via het intranet (MyAHK) en e-mail bekendgemaakt en in de digitale studiegids verwerkt.

Het rooster is niet in deze studiegids te vinden. Je vindt het actuele rooster onder Rooster op het intranet.

Suggesties en correcties die deze studiegids handiger en beter maken zijn welkom.
Heb je ideeën voor verbetering? Mail dan naar 
rwa-studentenloket@ahk.nl.

NB: Wijzigingen onder voorbehoud. Aan de teksten in de studiegids kunnen geen rechten ontleend worden. Amsterdam, juli 2022.

Delen